‘Ome Jan’ Wikkerink was in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk verzetsleider in Aalten. In zijn huis aan de Patrimoniumstraat in Aalten werd in 1942, onder andere met ‘Tante Riek‘ uit Winterswijk de LO opgericht: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.

Ome Jan was de hele oorlog betrokken bij het verzet. Hij hielp ontsnapte krijgsgevangenen en neergeschoten piloten ontvluchten via België naar Engeland. Ook regelde hij onderduikplaatsen voor Joden en Nederlanders die niet voor de Duitsers wilden werken.

Met de hulp en moed van veelal boeren kregen de onderduikers onderdak. De LO regelde adressen en voedselbonnen. Bekend is het verhaal van de joodse baby Willem Herfstink. Het pasgeboren kind was de zoon van de Aaltense rabbi Jedwab. Het echtpaar zat ondergedoken in Lintelo, maar het jongetje kon niet op dat onderduikadres blijven. Met medeweten van Ome Jan werd het voor zijn huis te vondeling gelegd. De in scene gezette vondst had tot resultaat dat de inmiddels genoemde Willem bij de familie Wikkerink onderdak kreeg.

Ome Jan overleefde de oorlog ternauwernood. Op 15 oktober 1944 werd hij met twee onderduikers in zijn eigen huis door de Duitsers opgepakt. Diezelfde middag nog werd hij door knokploegen bevrijd en dook hij onder bij een boer. Twee dagen later koelden de bezetters hun woede op de woning van de ‘terrorist’ door er handgranaten naar binnen te gooien waardoor brand uitbrak in het huis. De brandweer wist de schade echter te beperken.

Door zijn respectvol optreden en zijn diepe overtuiging van waarden was hij onbetwist een leidend figuur, ook na de oorlog. Na de bevrijding bezocht koningin Wilhelmina hem in Aalten. In Nederland werd hij geridderd. Hij kreeg ook eremedailles van de Franse president de Gaulle en de Amerikaanse president Eisenhower. In 1978 werden Hendrik Jan Wikkerink en zijn vrouw, Dela Gesina door Yad Vashem erkend als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Niet voor niets staat zijn borstbeeld in de hal van de Aaltense Musea.