Ivy Philips, een joodse jongen van goede komaf, vlucht samen met zijn vriend Frits Cohen op 15-jarige leeftijd uit Zutphen. Hij brengt in De Heurne bij het grensdorp Dinxperlo de oorlog door. Zij doen er zich voor als studenten Jan Klinkenberg en Frits Verwey, die niet naar Duitsland willen voor de Arbeidseinsatz. Zo was het minder risicovol een onderduikplek te vinden. De persoonsbewijzen zijn daarvoor vervalst. In De Heurne krijgt hij onderdak bij de familie Groot Nibbelink op de Roesse waar hij als boerenknecht werkt.

‘Jan van de Roesse’ was heel geloofwaardig met zijn lichtblauwe ogen en blond haar. Bovendien sprak hij Achterhoeks. Frits die vlakbij zat (bij Kwerreveld) viel ondanks zijn valse achternaam Verwey te veel op en ging terug. Ivy heeft pas enkele jaren geleden vernomen dat zijn moeder en kleinere broertje Maurits, nadat zij zich hadden aangemeld, via Vught naar Westerbork zijn vervoerd en binnen enkele dagen in het concentratiekamp Sobibor zijn vermoord. Na de oorlog blijkt dat zijn nicht ook in Dinxperlo ondergedoken zat.

Ivy is zelf jaren geleden begonnen met het optekenen van de gebeurtenissen: “Aan mijn kleinzonen Sem Tobias Izak Barent Philips, geboren 22 april 2002 te Amsterdam en Thomas Maarten Maurits Philips, geboren 5 februari 2004 te West-End, Engeland. [..] Deze familiegeschiedenis wordt mede opgesteld vanwege tragische oorlogsomstandigheden, gedurende Wereldoorlog II. De reikwijdte hiervan is zeer groot, mijn enige zoon en kind heeft zijn grootouders van vaderszijde nooit gekend. Wel is gelukkig door de grootouders van moederszijde hiervan weer veel goed gemaakt.”

Het Nationaal Onderduikmuseum vindt het belangrijk zijn verhaal vast te leggen en verder te vertellen. Op 27 maart 2015 vond de boekpresentatie plaats in het museum. Het boek is getiteld ‘Hallo, Ken je me niet meer?

Ivy Philips, ca. 1944

Ivy Philips, 2015