De textielindustrie en de Achterhoek

Eeuwenlang is er in de Achterhoek en Westfalen vlas verbouwd, waarvan op boerderijen linnen wordt geweven. In Aalten herinneren namen van boerderijen en wegen aan deze thuiswevers: De Weversborgh, De Bleke of – vanwege het zuivere water – de Zilverbekendijk. Er ontstaat in de streek een levendige handel in geweven goed tussen wevers en handelaren aan beide zijden van de grens. De opkomende textielindustrie haakt in op deze oude traditie van huisnijverheid. Als aan het begin van de 19e eeuw de invoerrechten worden verhoogd, besluiten Duitse textielbedrijven zich in de Achterhoek te vestigen. De firma’s Gebrüder Driessen en Peter Driessen & Sohn komen vanuit Bocholt naar Aalten, wat het begin betekent van een bloeiende textielindustrie in het dorp. Over een periode van ruim 140 jaar (1826-1969) ontwikkelen de fabrikanten Driessen zich tot de belangrijkste werkgevers in Aalten en omgeving. Generaties lang werken mannen, vrouwen en kinderen uit dezelfde families bij deze bedrijven. De fabrieksgebouwen en privéwoningen van de Driessens zijn beeldbepalend in het dorp. De fabrikanten hebben een belangrijke stempel gedrukt op het maatschappelijke en economische leven van Aalten tot de tweede helft van de 20e eeuw.

Gebroeders Driessen (Gebr. Driessen)

Omstreeks 1817 richten de broers Anton en Joseph Driessen in Bocholt de firma ‘Gebrüder Driessen’ op. Ze handelen voornamelijk in bombazijn, een weefsel van linnen en katoen, dat ze naar Nederland exporteren. Deze lucratieve handel komt in gevaar door de verhoging van de invoerbelasting in Nederland op buitenlands weefsel. Om de hoge toltarieven te omzeilen wordt de Nederlandse koning toestemming gevraagd voor het openen van een vestiging in Aalten. Dit lukt en in 1826 vertrekt Anton Driessen naar Aalten, terwijl zijn broer de firma in Bocholt voortzet. Anton zet in Aalten een handspinnerij op voor zijn vele thuiswevers, richt een blekerij in en laat een groot woonhuis met bijgebouwen neerzetten. De bombazijnhandel van Anton groeit in de loop der jaren uit tot een door stoom aangedreven spinnerij die later wordt uitgebreid met mechanische weefgetouwen. In 1918 verkoopt Anton’s kleinzoon Theodoor het bedrijf aan Twentse investeerders die de fabriek voortzetten als ‘Voorheen Gebr. Driessen’. In 1960 volgt een overname door Wisselink’s Textielfabrieken, onderdeel van Textiel Groep Twenthe. In 2002 sluit de fabriek in Aalten en gaat deze over in Duitse handen, waarmee de firma weer terug is bij zijn oorsprong.

Peter Driessen & Zoon (Peter Driessen & Sohn)

Spoedig na Anton, komt ook neef Heinrich Driessen vanuit Bocholt naar Aalten. Hij zet hier een filiaal op van de bombazijnhandel en handspinnerij van zijn vader Peter Driessen. Heinrich bezit al de nodige grond in Aalten en Varsseveld en breidt in 1826 zijn activiteiten uit met een spinnerij in Groenlo. In 1832 werken zo’n 500 linnenwevers in Aalten en omgeving voor Heinrich en drie jaar later behoort hij samen met Blijdestein in Enschede tot de grootste bombazijnfabrikeurs van Oost-Nederland. Heinrich Driessen is niet alleen succesvol maar ook innovatief, zoals blijkt uit zijn contact met Thomas Ainsworth. Deze Engelse textieltechnicus speelt een belangrijke rol bij de invoering van de stoommachine en de machinale productiewijze in de textielindustrie van Twente en de Achterhoek. Hij is in 1832 ook betrokken bij de oprichting van de stoomblekerij van Heinrich in Dale, de eerste in Oost-Gelderland. In 1849 richt Heinrich in Aalten de eerste stoomspinnerij op, later uitgebreid met door stoom aangedreven weefgetouwen. Als deze tien jaar later afbrandt, bouwt hij het bedrijf niet opnieuw op. Hij verlegt maar verlegt zijn aandacht naar Leiden, waar hij de textieldrukkerij en -ververij ‘De Heijder’ heeft opgekocht.

Sporen van de Aaltense Textielindustrie

In 1893 trekt Herman Driessen zich uit de directie van de Gebroeders Driessen terug. Hij sticht met zijn zoon Joseph op ‘het Blik’ aan de Hofstraat een moderne stoomweverij met 34 weefgetouwen: de NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon. De productie van HDZ bestaat uit tricotage zoals ondergoed, turnkleding en sweaters en huishoudtextiel als tafellakens, servetten, hand-, bad-, glas- en theedoeken, lakens en slopen, voorzien van sierranden of ingeweven namen van bedrijven als de Holland-Amerika Lijn en de Nedlloyd. De grote rookpluim uit de schoorsteen van de fabriek en het geluid van de stoomfluit zijn onderdeel van het dagelijks leven in Aalten. Aan de bloei van de textielindustrie, die zo lang bepalend was voor de economische bedrijvigheid van de oostelijke Achterhoek, komt echter een eind. Is vóór 1930 het aandeel van de textiel in de totale industrie nog 45%, na 1950 neemt dat percentage snel af. Het definitieve einde voor de weefnijverheid en tricotage-industrie komt in de jaren zestig door toenemende buitenlandse concurrentie en de opkomst van massaproductie en confectie. In 1969 moet ook HDZ de poorten sluiten. De fabriek aan de Hofstraat is gelukkig bewaard gebleven en heeft na een restauratie in 2015 een nieuwe bestemming gekregen.

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

MEER OVER DE TEXTIELINDUSTRIE: